TOER KLASSE

In technisch opzicht kunnen deelnemers zich dus lekker uitleven, mits ze de algemene reglementen respecteren, die voorschrijven dat de auto’s in ieder geval aan een aantal veiligheidseisen van de KNAF voldoen. Dan gaat het onder andere om de rolkooi, stoel, gordels, brandblusser en hoofdstroomschakelaar. Naast de veiligheidseisen verlangt de DNRT dat de auto’s uitgerust zijn met Hawk-remblokken en speciaal voor de organisatie ontwikkelde Interstate-banden, type semi-slicks.

Elk seizoen bepaalt de DNRT de grenzen in rondetijden die de diverse klassen van elkaar onderscheiden. Wie sneller presteert dan de norm, schuift de volgende wedstrijd automatisch een categorie op, om daar weer een nieuwe competitieve uitdaging te vinden. Kijken we naar seizoen 2019 op het oude Circuit Zandvoort, dan mocht je in de Toerklasse niet sneller rondgaan dan 2:07 minuten. Bij de Sportklasse lag dat op 2:02 minuten, bij de Supersport klasse op 1:56 minuten en alles wat daaronder dook kwam in de GT-klasse terecht. De laatste drie divisies delen met elkaar het veld en brengen regelmatig het maximaal geoorloofde aantal van 47 auto’s aan de start. Bij de Toerklasse, die zelfstandig opereert en een mooie opstap vormt voor trackday rijders, komt het gemiddelde rond de veertig uit.