DNRT Endurance 2021 - Soon more information

SPORT KLASSE

Wie te snel is voor de TOER gaat naar de SPORT. Daar gaat alles ineens een behoorlijk stuk sneller.

Betere auto’s, betere rijders.  Het is dus even wennen.
Maar het is veel stoerder om achterin de Sport te racen dan voor in de Toer. Het is een kwestie van instelling.

De competitie is natuurlijk ook hevig en dat is lekker.
T, S en SS rijden sprintraces op de A dagen van de ZomerAvondCompetitie.
Inschrijving is s’morgens vanaf 7.00 uur en de dag eindigt om 18.00 uur. 1 training en drie wedstrijden van ca 10 ronden is standaard.

 

In technisch opzicht kunnen deelnemers zich dus lekker uitleven, mits ze de algemene reglementen respecteren, die voorschrijven dat de auto’s in ieder geval aan een aantal veiligheidseisen van de KNAF voldoen. Dan gaat het onder andere om de rolkooi, stoel, gordels, brandblusser en hoofdstroomschakelaar. Let wel, extreme machines zijn uitgesloten van deelname aan de vrije klassen. Denk daarbij aan formulewagens, de zogenoemde superlights (Caterham-achtigen) en sportscars met serieuze downforce.

Elk seizoen bepaalt de DNRT de grenzen in rondetijden die de diverse klassen van elkaar onderscheiden. Wie sneller presteert dan de norm, schuift de volgende wedstrijd automatisch een categorie op, om daar weer een nieuwe competitieve uitdaging te vinden. Kijken we naar seizoen 2019 op het oude Circuit Zandvoort, dan mocht je in de Toerklasse niet sneller rondgaan dan 2:07 minuten. Bij de Sportklasse lag dat op 2:02 minuten, bij de Supersport klasse op 1:56 minuten en alles wat daaronder dook kwam in de GT-klasse terecht. De laatste drie divisies delen met elkaar het veld en brengen regelmatig het maximaal geoorloofde aantal van 47 auto’s aan de start. Bij de Toerklasse, die zelfstandig opereert en een mooie opstap vormt voor trackday rijders, komt het gemiddelde rond de veertig uit.