Reglement 2010

ZAC TECHNISCH REGLEMENT 2010
Motoren Deelname is toegestaan met moderne, in goede conditie verkerende motorfietsen in vrijwel standaard uitvoering. De rijder blijft ten allen tijde verantwoordelijk voor de goede staat van zijn / haar motor. Een kentekenbewijs en/of eigendomsbewijs moet getoond kunnen worden.

Keuren
Voor elk evenement dient de motor gekeurd te worden door een official van de organisatie. Ongekeurde en/of afgekeurde motoren mogen niet meedoen aan training of wedstrijd. Na een ongeval is de rijder verplicht zich bij de medische dienst te melden, en de motor (eventueel na reparatie) ter herkeuring aan de keurmeester aan te bieden. Bij twijfel is het oordeel van de keurmeester bepalend.

Kleding
Voor training en wedstrijd is het dragen van deugdelijke en in goede staat verkerende lederen motorkleding, schoeisel en handschoenen verplicht. Een eendelige raceoveral met rugbeschermer is verplicht. Voor reparaties van het pak moet slijtvast garen worden gebruikt. Als pakken ongevoerd zijn, is het dragen van (niet syntetische) onderkleding verplicht. Het is verboden om piercings, oorringen of andere sieraden te dragen die het afnemen van de helm kunnen hinderen of voor extra (lichamelijke) schade kunnen zorgen bij een valpartij. Ook is het dragen van een horloge en het meenemen van sleutels, portemonnee e.d. tijdens de training of wedstrijd verboden.

Helmen
Tijdens training en wedstrijd dient een helm te worden gedragen met een ECE-Norm ECE 22/05. Helmen voorzien van een (oude) KNMV-sticker zijn maximaal 4 jaar geldig. Helmen die niet ouder zijn dan 3 jaar en onbeschadigd, krijgen een ZAC-sticker die 1 jaar geldig is. Na een ongevall dient de helm opnieuw te worden gekeurd.

Borgen
Het borgen door middel van borgdraad of borgplaten van alle remtangen, remverankeringen, remblokpennen, oliefilter(deksels) en olie vul- en/of aftappluggen is verplicht.Het borgen van koel vuldoppen, uitlaten, wielassen en andere essentiële delen die kunnen lostrillen/draaien, wordt sterk aanbevolen.

Stuur
De stuurbreedte mag niet minder dan 45 cm. bedragen. Open stuureinden moeten zijn opgevuld met een solide materiaal of met een afgesloten rubber handgreep zijn afgedekt. Het voorwiel of het voorspatbord mag in geen enkele stand van het stuur en over de totale lengte van de veerweg de kuip raken. Er moeten permanente aanslagen, anders dan de stuurdemper, zijn aangebracht om bij een volledige stuuruitslag een minimale ruimte van 3 cm tussen de handels en de tank- of framedelen te behouden.

Koeling
Het koelsysteem van een water gekoeld motorblok, mag uitsluitend gevuld worden met water. Het gebruik van koelvloeistof is niet toegestaan.

Gashendel
Het gashendel moet van het zelfsluitende type zijn.

Bedieningshendels
Alle hendels (koppeling en rem) moeten eindigen in een bolvorm met een diameter van tenminste 19 mm die een geheel vormt met de hendel. De bolvorm mag zijn afgeplat met afgeronde randen, maar moet afgeplat een dikte behouden van tenminste 14 mm. Iedere hendel (hand- of voetbediend) moet op een afzonderlijk draaipunt zijn gemonteerd. Een voetrem die om de voetsteun scharniert moet onder alle omstandigheden bedienbaar zijn, ook als de voetsteun krom of beschadigd is.

Remmen
Motoren moeten zijn voorzien van tenminste 2 goed werkende remmen, op elk wiel één, deze remmen moeten onafhankelijk van elkaar werken. Integrale remsystemen zijn toegestaan.

Middenbok en zijsteun
Het verwijderen van de middenbok is verplicht. Het verwijderen van de zijsteun is toegestaan.

Overige scherpe delen
Niet noodzakelijke, scherpe delen dienen te worden verwijderd zoals kentekenplaat, (niet opklapbare) passagiersvoetsteunen e.a.

Kettingschermen en spatborden
Bij alle motoren moeten open draaiende delen van de primaire transmissie, de koppeling, ontsteking en aggregaataandrijving op deugdelijke wijze zijn afgeschermd. Het kettingwiel aan de voorzijde moet volledig afgeschermd zijn. De ketting dient aan de onderkant zodanig te zijn afgeschermd, dat beklemming van lichaamsdelen tussen tandwiel en ketting niet mogelijk is. Het gebruik van een voorspatbord is niet vereist, indien er een stroomlijn gemonteerd is. Als er geen stroomlijn gemonteerd is, is een voorspatbord verplicht. Indien het complete zitje reikt tot de verticale raaklijn getrokken langs de buiten diameter van de achterband, (met en tolerantie van 50 mm.) is een achterspatbord niet verplicht.

Banden
Er kan uitsluitend worden gereden met voor de weg goedgekeurde profielbanden met minimaal een ‘V-code en moeten zijn voorzien van een DOT nummer of E-keur (geen opgesneden slicks of racebanden). Profielbanden zijn banden waarin het profiel tijdens de productie door de fabrikant is aangebracht. Voor een profielband geldt dat voor aanvang van training of wedstrijd de profieldiepte van de hoofdgroeven tenminste 2,5 mm moet bedragen.
Het zelf aanpassen van het profiel is niet toegestaan.
Het gebruik van bandenwarmers is niet toegestaan.
Het loopvlak van een nieuwe band mag worden opgeruwd, de regels betreffende profieldiepte blijven van kracht. In geval van twijfel is de beslissing van de keurmeester bepalend.

Geluidsnorm
De ZA Competitie kan slechts plaatsvinden met moderne 'fluistermotoren'. Deze dienen voorzien te zijn van een standaard uitlaatsysteem in goede staat of een systeem met gelijk of lager geluidsniveau (82 dB, norm Rijksdienst voor het Wegverkeer). Tevens dient er aan de binnenzijde van de kuip geluid-absorberend materiaal te zijn aangebracht, zodanig dat het klankbordeffect van de kuip weg is. Dit geldt ook voor de polyesterdelen achter het zitje. Het toevoegen van rubber en/of pannesponzen is hierbij niet toegestaan. Als norm en meetmethode voor het totale geluid zal in eerste instantie een 'vergelijkend geluidsniveau' worden gehanteerd, vastgesteld door het menselijk oor, met geluidsmeters langs de baan en door het geluidsmeetsysteem dat is opgesteld door de provincie langs de baan van het circuit. Tegen de beslissing van keurmeesters of wedstrijdleiding is geen beroep mogelijk. Wiens motor afgekeurd wordt kan niet meer deelnemen. De geluidsnorm is uiterst streng. Rijders zijn gehouden een stille uitlaat met dB killer te monteren, en indien van toepassing regelmatig het islolatiemateriaal te vervangen. Rijders zijn verder gehouden aanpassingen aan het inlaatsysteem aan te brengen als de organisatie daarvoor een aanwijzing verstrekt, ook als dit leidt tot afname van afgegeven vermogen. In het algemeen geldt dat altijd de stilst mogelijke oplossing dient te worden toegepast. Er is geen ruimte voor uitproberen waar de bovengrens van het toelaatbare ligt. Uitlaatgassen moeten zodanig worden afgevoerd, dat het niet mogelijk is banden, remmen of andere rijders te bevuilen.

Afplakken
Koplampglas, stoplicht, remlicht en richtingaanwijzerlampen dienen afgeplakt te worden afgeplakt. Spiegels dienen te worden verwijderd.

Nummer
De motor dient voorzien te zijn van de bij aanvang van het seizoen verstrekte nummers. De nummers moeten duidelijk zichtbaar worden aangebracht op de voorkant en beide zijkanten. Gedurende het seizoen kunnen nummers worden aangeschaft aan de inschrijftafel. De minimale afmetingen van de cijfers zijn: hoogte 140 mm en breedte 80 mm. De lijndikte van de cijfers is 25 mm en de tussenruimte tussen de cijfers is 15 mm. Voor een goede afleesbaarheid worden zwarte cijfers tegen een egale witte achtergrond ideaal. Kleurcombinaties zijn toegestaan mits met voldoende contrast.




Copyright 2010 - DavidAndThomas.nl - Alle rechten voorbehouden | Disclaimer